WCAG
WCAG staat voor Web Content Accessibility Guidelines. Dat zijn richtlijnen/ criteria voor toegankelijke webcontent. Deze richtlijnen helpen om websites, apps en digitale documenten beter bruikbaar te maken voor mensen met een beperking. Denk aan mensen die een visuele beperking hebben of een motorisch, auditieve of cognitieve beperking.
Meer algemene informatie over dit onderwerp lees je op de pagina digitale toegankelijkheid.
Door wie is WCAG gemaakt?
WCAG is ontwikkeld door het W3C: het World Wide Web Consortium. Deze organisatie maakt standaarden en richtlijnen voor het web. Daarbij kijkt W3C onder andere naar toegankelijkheid, internationalisering, privacy en veiligheid. Binnen W3C houdt de Web Accessibility Initiative, afgekort WAI, zich specifiek bezig met digitale toegankelijkheid. Daarom worden de richtlijnen wereldwijd gebruikt.
Waarom is WCAG gemaakt?
WCAG is gemaakt omdat het web voor iedereen bruikbaar moet zijn. Vroeger waren veel websites moeilijk te gebruiken voor mensen met een beperking. Afbeeldingen hadden bijvoorbeeld geen tekstalternatief, formulieren werkten niet goed met hulpsoftware en sommige websites waren alleen met een muis te bedienen. Daarom geeft WCAG duidelijke eisen om dit te verbeteren.
Wanneer is WCAG ontstaan?
De eerste officiële versie van WCAG werd gepubliceerd in 1999. Sinds die tijd is het web sterk veranderd. Websites werden interactiever, mobiel gebruik groeide en digitale diensten werden belangrijker. Daarom zijn de richtlijnen steeds verder ontwikkeld. Het begon met WCAG 1.0, terwijl inmiddels WCAG 2.2 de praktische standaard is voor veel onderzoeken.
Welke versies zijn er?
De belangrijkste versies zijn WCAG 1.0, WCAG 2.0, WCAG 2.1 en WCAG 2.2. Op dit moment wordt vaak gewerkt met WCAG 2.2. Daarnaast werkt W3C aan WCAG 3.0. Die toekomstige versie wordt breder opgezet, omdat het web steeds interactiever wordt en digitale diensten veranderen.
Hoe zit WCAG inhoudelijk in elkaar?
WCAG is opgebouwd rond vier principes: waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust. Deze principes worden ook wel POUR genoemd. Onder elk principe vallen richtlijnen en succescriteria. Die succescriteria zijn toetsbaar. Daardoor kan een onderzoeker beoordelen of een website, app of document wel of niet voldoet aan een bepaald onderdeel.
Wat betekent waarneembaar?
Waarneembaar betekent dat informatie beschikbaar moet zijn op een manier die mensen kunnen waarnemen. Afbeeldingen hebben bijvoorbeeld een tekstalternatief nodig als ze informatie overbrengen. Daarnaast hebben video’s ondertiteling nodig en moet tekst voldoende contrast hebben. Zo kunnen ook mensen die niet goed zien of horen de informatie tot zich nemen.
Voorbeelden van waarneembaarheid zijn:

Wat betekent bedienbaar?
Bedienbaar betekent dat iedereen een website moet kunnen gebruiken. Dus ook mensen die geen muis gebruiken, maar bijvoorbeeld een toetsenbord, spraakbediening of aangepaste joystick. Daarom moeten knoppen, menu’s, formulieren en pop-ups goed bereikbaar en te bedienen zijn. Als dit niet goed werkt, kunnen mensen vastlopen.
Als een website niet goed bedienbaar is, kan een bezoeker bijvoorbeeld een knop niet bereiken of een pop-up niet sluiten. Ook kan iemand vast komen te zitten in een menu. Daarom moet een website praktisch bruikbaar zijn, ook zonder muis.
Voorbeelden van bedienbaarheid zijn:

Wat betekent begrijpelijk?
Begrijpelijk betekent dat informatie en bediening duidelijk moeten zijn. Gebruikers moeten snappen waar ze zijn, wat ze kunnen doen en wat er gebeurt na een actie. Daarom hebben formulieren duidelijke labels, instructies en foutmeldingen nodig. Ook is een bevestiging belangrijk, bijvoorbeeld als een formulier goed is verstuurd.
Voorbeelden van begrijpelijkheid zijn:

Wat betekent robuust?
Robuust betekent dat een website goed moet werken met verschillende browsers, apparaten en hulpsoftware. Denk bijvoorbeeld aan schermlezers, brailleleesregels of spraakinvoer. Daarvoor moet de technische structuur van de website kloppen. Knoppen, formulieren, meldingen en andere onderdelen moeten dus goed herkenbaar zijn voor ondersteunende software.
Voorbeelden van robuustheid zijn:

Welke niveaus heeft WCAG?
WCAG heeft drie niveaus: A, AA en AAA. Niveau A bevat de basisvereisten. Niveau AA bouwt daarop voort en wordt in de praktijk vaak gebruikt bij wetgeving en toegankelijkheidsonderzoeken. Niveau AAA gaat nog verder. Toch is dat niveau niet voor elke website volledig haalbaar. Daarom ligt de focus meestal op A en AA.
Voor niveau A en AA samen zijn er 55 succescriteria. Normeris toetst bij een volledig WCAG-onderzoek de relevante criteria van WCAG 2.2 niveau A en AA.
Hoeveel criteria zijn er?
In WCAG 2.2 zijn er 86 succescriteria die van toepassing kunnen zijn. Voor niveau A zijn er 31 criteria. Voor niveau A en AA samen zijn er 55 criteria. Met niveau AAA erbij kom je uit op 86 criteria. Daarom wordt bij veel onderzoeken vooral gekeken naar niveau A en AA.
Wat is de toekomst van WCAG?
De huidige praktische standaard is WCAG 2.2. Tegelijk werkt W3C aan WCAG 3.0. Die toekomstige versie is nog niet definitief. De inhoud en manier van beoordelen kunnen dus nog veranderen. Waarschijnlijk wordt de standaard breder, met meer aandacht voor verschillende beperkingen, gebruikservaring en moderne digitale diensten.
Is WCAG wettelijk verplicht?
WCAG is zelf geen wet. Het is een internationale technische standaard voor digitale toegankelijkheid. Wet- en regelgeving kan wel verwijzen naar toegankelijkheidseisen die op WCAG zijn gebaseerd. Welke verplichtingen gelden, hangt af van het type organisatie, product of digitale dienst.
Voor bepaalde producten en consumentendiensten gelden sinds 28 juni 2025 toegankelijkheidseisen vanuit de European Accessibility Act. Voor overheidsorganisaties gelden daarnaast specifieke verplichtingen voor websites en mobiele apps.
Waarom is WCAG belangrijk?
WCAG helpt organisaties om digitale toegankelijkheid concreet te maken. De richtlijnen geven houvast bij ontwerp, content, techniek en beheer. Daardoor wordt duidelijk waar een website aan moet voldoen en waar problemen kunnen zitten. Zo kunnen meer mensen zelfstandig gebruikmaken van digitale informatie, formulieren, diensten en documenten.
Conclusie
WCAG maakt digitale toegankelijkheid concreet. De richtlijnen helpen om websites, apps en documenten beter bruikbaar te maken voor meer mensen. Daardoor weet je waar je op moet letten en welke onderdelen verbetering nodig hebben. Kort gezegd: WCAG helpt organisaties om digitale drempels zichtbaar te maken en gericht te verbeteren.
Wil je weten hoe toegankelijk jouw website is?
Met een Quickscan krijg je een eerste beeld van veelvoorkomende toegankelijkheidsproblemen. Heb je volledig en aantoonbaar inzicht nodig, dan kan Normeris een WCAG-onderzoek uitvoeren volgens de WCAG-EM-methodiek.